ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogeboom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering en gedeeltelijke toekenning
Appellante ontving tot 23 augustus 2006 een WAO-uitkering, die werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd vastgesteld. Tegen dit besluit (besluit 1) werd bezwaar gemaakt, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen besluit 1 eveneens ongegrond. Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit (besluit 2) waarin appellante werd erkend als 15 tot 25% arbeidsongeschikt en een gedeeltelijke WAO-uitkering werd toegekend.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar medische situatie niet was verbeterd en dat de functies die het UWV haar toekende ongeschikt waren, met name vanwege de belasting van probleemoplossen in de functie van schadecorrespondent. De Raad overwoog dat het nieuwe besluit niet volledig tegemoet kwam aan haar beroep, maar dat de medische grondslag juist was en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. De functies werden als passend beoordeeld, mede omdat appellante aan de opleidingsvereisten voldeed.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen besluit 1 gegrond, waardoor ook besluit 1 werd vernietigd. Het beroep tegen besluit 2 werd ongegrond verklaard. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het tweede besluit is ongegrond verklaard.