ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 17 juni 2005
Appellant ontving van juli 2002 tot oktober 2003 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, welke werd ingetrokken toen bleek dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was. Na een ziekenhuisopname in mei 2005 werd hem een WAO-uitkering toegekend voor de periode tot 17 juni 2005. Het UWV stelde vervolgens vast dat vanaf die datum geen hogere beperkingen bestonden dan eerder vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 2003, waarop de intrekking was gebaseerd.
Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen werden onderschat. De Raad oordeelde echter dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij ook specifieke informatie over de situatie op 17 juni 2005 was betrokken, waaronder medische rapporten en verklaringen van betrokken artsen en maatschappelijk werkers. De GAF-score van 51-60 gaf matige symptomen aan, wat overeenkwam met de beperkingen in de FML.
De aanvullende medische informatie uit 2008 bevatte geen nieuwe relevante gegevens over de situatie in 2005. Daarom concludeerde de Raad dat het hoger beroep ongegrond was en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering per 17 juni 2005 wordt bevestigd.