ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAZ-uitkering door het UWV, die was gebaseerd op een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van minder dan 25% per 7 november 2006. De rechtbank onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit, maar vernietigde het besluit vanwege een latere motivering over de passendheid van functies.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn belastbaarheid niet juist was vastgesteld en verzocht hij om nader deskundigenonderzoek. Het UWV handhaafde het besluit. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgesteld, mede op basis van rapportages van medisch adviseurs en bezwaarverzekeringsarts.
De Raad concludeerde dat de subjectieve klachten van appellant onvoldoende basis boden om het standpunt van het UWV te wijzigen en dat de passendheid van de functies medisch voldoende was gemotiveerd. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt bevestigd.