ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering geschiktheid functies
Appellant, een voormalig operator in de verpakkingsindustrie, werd wegens depressieve klachten en lichamelijke klachten gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd de uitkering aangepast op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en geschiktheid voor andere functies.
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening en voerde aan dat hij meer beperkingen had dan aangenomen. Diverse medische rapporten, waaronder van een onafhankelijke psychiater ingeschakeld door de Raad, werden overlegd. De Raad hechtte beslissende waarde aan het rapport van deze deskundige, die de medische beperkingen bevestigde en zich kon verenigen met de FML.
Hoewel de medische component van het besluit op goede gronden berustte, oordeelde de Raad dat de geschiktheid van de functies onvoldoende was gemotiveerd in de eerdere besluiten en pas in hoger beroep adequaat werd toegelicht. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.