ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, die sinds 2001 ziekgemeld is wegens psychische klachten, kreeg in 2002 een WAO-uitkering toegekend van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2006 stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid bij op 45-55%, gebaseerd op een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en arbeidsdeskundige rapporten.
De rechtbank vernietigde het UWV-besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij ernstige depressieve klachten heeft, dat bepaalde beperkingen onterecht niet zijn vastgesteld en dat zij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om de geduide functies te vervullen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de belastbaarheid niet was overschat. De nieuwe medische rapportage had geen betrekking op de datum in geding. De Raad vond geen aanwijzingen voor beperkingen op concentratie, zelfstandig handelen of handelingstempo. Ook werd geoordeeld dat appellante de Nederlandse taal voldoende kan leren en dat de functies eenvoudig zijn, zodat taalbeheersing geen beletsel vormt.
De arbeidskundige beoordeling werd onderschreven, waarbij functies als inpakker en productiemedewerker centraal stonden. De Raad concludeerde dat het UWV terecht de arbeidsongeschiktheid op 45-55% heeft vastgesteld en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt verworpen.