ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, omdat zij meent dat haar medische toestand onderschat is. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het besluit van het UWV gehandhaafd.
De Raad stelt vast dat de nieuwe medische informatie in hoger beroep geen nieuwe gezichtspunten bevat die het eerdere oordeel kunnen wijzigen. De psychische klachten die later zijn erkend, waren ten tijde van de datum in geschil nog niet in voldoende mate aanwezig om beperkingen aan te nemen.
De Raad concludeert dat de arbeidsongeschiktheid van appellante op de relevante datum minder dan 15% bedroeg en dat de latere verslechtering van haar gezondheidstoestand geen invloed kan hebben op de beoordeling van die datum. Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.