ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7701
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij hoger beroep WWB-besluit
Verzoeker, het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen, heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht betreffende de afwijzing van een bijstandsaanvraag van betrokkene. Tevens verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening om de schorsing van de uitspraak te bewerkstelligen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat betrokkene eerder bijstand ontving tot haar vertrek naar een andere gemeente en na terugkeer een aanvraag indiende die door verzoeker werd afgewezen. De rechtbank had het beroep tegen het besluit van 10 maart 2009 ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 27 maart 2009 gegrond verklaard, waarbij het besluit werd geschorst en een renteloze geldlening als voorschot werd toegekend.
Verzoeker stelde dat het financieel risico van niet-terugbetaling van de voorschotten door betrokkene spoedeisend belang vormde voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat een mogelijk financieel risico voor de gemeente geen grond is voor spoedeisend belang en dat het hoger beroep de werking van de uitspraak niet schorst. Er waren geen bijzondere omstandigheden die hiervan afweken.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd opgemerkt dat verzoeker uitvoering kan geven aan de uitspraak door een nieuw besluit te nemen dat voldoet aan de wettelijke motiveringseisen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.