ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op herzieningsbesluit bijstand wegens inkomsten uit arbeid
Appellante ontving bijstand tot 1 januari 2002. Het College herzag bij besluit van 27 februari 2004 de bijstand over 2001 wegens niet tijdig melden van inkomsten uit arbeid bij een werkgever. Appellante betwistte dit en verzocht in 2005 om herziening, onderbouwd met een proces-verbaal van vermissing identiteitskaart en een uitspraak van de Belastingdienst.
Het College handhaafde het besluit en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat er geen nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante geen nieuwe feiten aanvoerde en bekend was met de vermissing van haar identiteitskaart.
In hoger beroep stelde appellante dat de uitspraak van de Belastingdienst een nieuw feit was, omdat daarin zou zijn vastgesteld dat zij niet bij de werkgever had gewerkt. De Raad oordeelde dat deze uitspraak geen nieuw feit of gewijzigde omstandigheid is in de zin van de Awb, omdat het betrekking had op 2002 en niet op 2001, en de grondslag van het herzieningsbesluit niet aantast.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en het College dat het verzoek om terug te komen op het besluit terecht is afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van bijstand wordt bevestigd.