ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Geen recht op volledige Ziektewet-uitkering wegens postnatale depressie niet direct gevolg van zwangerschap
Betrokkene kreeg na haar bevalling in 2007 een Ziektewet-uitkering op basis van haar dagloon. Een verzekeringsarts stelde echter vast dat zij vanaf 8 oktober 2007 niet meer arbeidsongeschikt was door zwangerschap of bevalling, waarna de uitkering werd verlaagd naar 70% van het dagloon.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond, omdat zij oordeelde dat de postnatale depressie een direct gevolg was van de zwangerschap of bevalling. De Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De Raad stelde dat onvoldoende aannemelijk was dat de psychische klachten direct voortkwamen uit de zwangerschap of bevalling, mede gezien de ruime herstelperiode en het feit dat persoonlijkheidsproblematiek een rol speelde.
De Raad baseerde zich op de Standaard “Zwangerschap en bevalling als oorzaak van ongeschiktheid voor haar arbeid”, waarin wordt aangegeven dat het oorzakelijk verband tussen depressie en zwangerschap kritisch moet worden beoordeeld naarmate de tijd na de bevalling verstrijkt. De Raad concludeerde dat de klachten eerder het gevolg waren van een life-event en het conflict met het UWV, en niet van de zwangerschap zelf.
Daarom werd het beroep van betrokkene afgewezen en bleef het besluit van het UWV in stand, zonder toekenning van een volledige Ziektewet-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de arbeidsongeschiktheid van betrokkene niet direct het gevolg is van zwangerschap of bevalling, waardoor zij recht heeft op een Ziektewet-uitkering van 70% van het dagloon.