ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens ontbreken medische objectivering ongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het bezwaar tegen de weigering van een Ziektewetuitkering ongegrond verklaarde. Het bestreden besluit van 22 maart 2007 betrof de afwijzing van de uitkering met ingang van 15 februari 2007.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen voldoende gegevens hadden om een afgewogen oordeel te geven en dat appellante geen aanvullende medische informatie had ingebracht. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten zonder nieuwe medische onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en verwijst naar de rapporten van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts waaruit blijkt dat geen medisch objectiveerbare afwijkingen zijn vastgesteld die ongeschiktheid voor haar arbeid als boekhoudkundig medewerker rechtvaardigen.
De Raad ziet geen reden om anders te oordelen en bevestigt de aangevallen uitspraak. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend op grond van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens het ontbreken van medisch objectiveerbare afwijkingen.