ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging betalingsregeling terugvordering WAO-uitkering ondanks verzoek tot verlaging
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het Uwv waarin een betalingsregeling van €575 per maand is vastgesteld voor de terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO-uitkering.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard. Appellant voerde aan dat hij als startende ondernemer niet over voldoende financiële middelen beschikte en verzocht om een verlaging van het maandbedrag naar €250.
De Raad overwoog dat het besluit tot terugvordering onherroepelijk was en dat slechts de hoogte van de betalingsverplichting ter discussie stond. Uit de berekening van het Uwv bleek dat rekening was gehouden met de beslagvrije voet, maar niet met alimentatie, huur en ziektekostenpremies. Desondanks was de verlaging van het aflossingsbedrag met €5 groter dan de vermeende verhoging van de beslagvrije voet, zodat appellant niet te kort was gedaan.
Verder oordeelde de Raad dat er geen sprake was van een bijzondere financiële hardheid zoals bedoeld in de regeling. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De betalingsregeling van €575 per maand voor terugvordering WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.