ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds februari 2002 arbeidsongeschikt vanwege depressieve klachten, duizelingen en rugklachten en ontving vanaf februari 2003 een WAO-uitkering van 80 tot 100%.
In juni 2006 werd de uitkering ingetrokken met ingang van augustus 2006, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid was gedaald tot onder de 15%. Appellant maakte bezwaar, dat in december 2006 ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met informatie van huisarts en psychologen. De rechtbank vond het medische oordeel juist en de arbeidskundige beoordeling onderbouwd.
In hoger beroep herhaalde appellant grotendeels eerdere bezwaren, zonder nieuwe medische stukken te overleggen. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat de functies en loonwaarde daarvan terecht waren gebruikt voor de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid.
De Raad bevestigde de uitspraak en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%.