ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 1999 arbeidsongeschikt en ontving een gedeeltelijke WAO-uitkering die in 2004 werd ingetrokken. Zij meldde in 2006 een toename van haar beperkingen vanaf 1 januari 2005, maar het UWV stelde dat de functionele mogelijkheden ongewijzigd waren sinds oktober 2003.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de weigering van de WAO-uitkering ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en dat geen relevante toename van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en vond dat appellante onvoldoende had onderbouwd waarom het onderzoek onzorgvuldig zou zijn geweest.
De Raad benadrukte dat de medische gegevens en rapportages geen aanwijzingen gaven voor een toename van beperkingen per 1 januari 2005. Ook werd opgemerkt dat een latere ophoging van de uitkering in 2007 verband hield met een nieuw syndroom en niet met de periode van beoordeling. De aangevallen uitspraak werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van een toegenomen arbeidsongeschiktheid sinds 1 januari 2005.