ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAO-uitkering per 29 september 2003 na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante was aanvankelijk per 8 november 1999 arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 80% of meer en ontving een WAO-uitkering. Deze uitkering werd in april 2003 ingetrokken vanwege een vermindering van de arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. Vervolgens werd per 29 september 2003 opnieuw een WAO-uitkering toegekend wegens een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit op bezwaar ongegrond, waarbij werd overwogen dat geen algemene verplichting bestaat dat een bezwaarverzekeringsarts bij de hoorzitting aanwezig moet zijn. De medische informatie en het re-integratieproces tussen mei en september 2003 gaven geen aanleiding om aan te nemen dat appellante eerder volledig arbeidsongeschikt was.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat een arts bij de hoorzitting had moeten zijn en dat zij reeds per 1 mei 2003 volledig arbeidsongeschikt was. De Raad overwoog echter dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende bekend was met de voorgeschiedenis en dat de medische gegevens geen steun boden voor de stelling van appellante. De Raad zag geen reden voor een medisch onderzoek en bevestigde het eerdere oordeel van de rechtbank.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de WAO-uitkering per 29 september 2003 bevestigd.