ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van Kerkhof
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid door psychische klachten
Betrokkene, die sinds 6 juli 1998 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt is, kreeg in 1999 een WAO-uitkering toegekend, die in 2002 werd vastgesteld op 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid. Na een melding van toegenomen klachten in 2003 onderzocht een arts de situatie en concludeerde dat de beperkingen niet waren toegenomen. Het UWV handhaafde daarop het besluit en trok in 2004 de uitkering in omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn.
Betrokkene maakte bezwaar en stelde dat haar klachten, waaronder fibromyalgie en depressie, onderschat waren. Diverse deskundigen, waaronder psychiaters Oppedijk, Van Os en de door de Raad benoemde Den Daas, concludeerden dat betrokkene niet in staat was tot arbeid. De Raad verwierp de kritiek van het UWV op het deskundigenrapport van Den Daas en vond voldoende overeenstemming tussen de deskundigen.
De Raad oordeelde dat betrokkene reeds op 1 december 2003 niet in staat was tot arbeid en dat de uitkering daarom met terugwerkende kracht vanaf 29 december 2003 moest worden vastgesteld op 80 tot 100%. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van proceskosten en legde griffierechten op.
Uitkomst: Betrokkene heeft vanaf 29 december 2003 recht op een WAO-uitkering van 80 tot 100% wegens ernstige depressie en fibromyalgie.