ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het medisch onderzoek en de geschiktheid van de voorgestelde functies als voldoende werden beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het advies van zijn medisch adviseur onterecht niet werd gevolgd en dat de langdurige uitkeringssituatie een ziekmakend effect had. Tevens stelde hij dat de aangenomen beperkingen op zitten, staan en lopen niet correct waren toegepast, omdat de afwisseling daarin niet gewaarborgd zou zijn.
De Raad oordeelde dat het UWV de beperkingen niet had onderschat en sloot zich aan bij het rapport van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad stelde dat de verzekeringsarts rekening had gehouden met het langdurig ziek zijn en dat de voorgestelde functies passend waren, aangezien appellant niet afhankelijk is van afwisselend zitten, staan en lopen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.