ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante ging in hoger beroep tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedraagt. De rechtbank had het besluit van het UWV eerder bevestigd na een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.
In hoger beroep stelde appellante dat haar psychische en lichamelijke klachten onvoldoende waren meegewogen, waaronder gewrichts-, pols- en duimklachten, dystrofie in haar linkerarm, oogklachten en de diagnose fibromyalgie. Zij betoogde dat zij daardoor niet in staat was de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies uit te oefenen.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek door het UWV zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellante juist en volledig waren vastgesteld. De Raad onderschreef de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts die ook nadere informatie had ingewonnen over de psychische klachten. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) behoefde geen bijstelling. Verder was voldoende onderbouwd dat appellante met de beperkingen in de FML de geduide functies kon uitoefenen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.