ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens ontvangst WW-uitkering zonder dringende redenen
Appellante ontving bijstand over de periode van juni 2005 tot januari 2006, welke het College van burgemeester en wethouders van Groningen terugvorderde omdat zij over die periode met terugwerkende kracht een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) had ontvangen.
Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar het College verklaarde dit bezwaar ongegrond. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing eveneens ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, onderbouwd met een psychiatrisch verslag.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het psychiatrisch onderzoek, dat was uitgevoerd in het kader van een andere procedure over arbeidsongeschiktheid, geen aanknopingspunten bood voor onaanvaardbare sociale of financiële consequenties die terugvordering zouden verhinderen. Ook andere aangevoerde omstandigheden boden geen grond om af te zien van terugvordering.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af wegens ontbreken van dringende redenen.