Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8135

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-2085 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% werd vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwist appellant de arbeidskundige beoordeling, met name de uitleg van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) door de bezwaararbeidskundige.

De Raad stelt vast dat het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) als aanvaardbaar hulpmiddel geldt voor de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. De arbeidsdeskundige heeft een selectie gemaakt van functies passend binnen de beperkingen van de FML. Hoewel er enkele signaleringen met een “G” en een “M” zijn, zijn deze volgens de Raad geen overschrijdingen die beperkingen veroorzaken. De bezwaararbeidskundige heeft dit gemotiveerd toegelicht.

De Raad concludeert dat de arbeidskundige beoordeling niet minder vergaand is dan de beperkingen vastgesteld door de verzekeringsarts. Daarom wordt het bestreden besluit bevestigd en het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

08/2085 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 28 maart 2008, 07/2000 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 september 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. B.J. Visser, advocaat te Breda, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2009.Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.P.F. Oosterbos.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Voor een uitvoeriger overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
1.2. Bij besluit van 6 november 2006 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant per
13 december 2006 geen recht op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is ontstaan, omdat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid minder is dan 35%. Het door appellant tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 5 april 2007, hierna: het bestreden besluit, ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep is aangevoerd dat appellant zich niet kan vinden in de arbeidskundige motivering van het bestreden besluit. Meer in het bijzonder wordt aangegeven dat appellant het niet eens is met de uitleg die de (bezwaar)arbeidskundige geeft aan de door de verzekeringsarts vastgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 13 oktober 2006. Appellant is van mening dat de bezwaararbeidskundige van minder verstrekkende beperkingen is uitgegaan dan is vastgesteld in de FML.
4.1. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) in beginsel aanvaardbaar als hulpmiddel om een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling te verrichten. De Raad stelt vervolgens vast dat appellant zich in de medische beperkingen zoals vastgelegd in de FML kan vinden.
4.2. Uitgaande van de beperkingen in de FML, is geautomatiseerd gezocht naar functies waarvan de belasting blijft binnen de belastbaarheid zoals neergelegd in de FML, zonder nuancering en zonder dat de arbeidsdeskundige een vertaalslag heeft gemaakt. Dit heeft geresulteerd in een selectie van een aantal functies waarvan de functies controleur metaalproducten (sbc-code 264150), wikkelaar, samensteller elektronische apparatuur (sbc-code 267050) en elektronica monteur (sbc-code 267040) aan de schatting ten grondslag zijn gelegd. Uit de belasting in deze functies - de Raad verwijst naar het Resultaat Functiebeoordeling - blijken een aantal markeringen met een “G” voor te komen. De Raad is van oordeel dat deze signaleringen geen (schijnbare) overschrijdingen inhouden aangezien appellant op deze items, blijkens de FML, niet beperkt is geacht. Dat toch een signalering heeft plaatsgevonden, is omdat de belasting in de betreffende functie uitgaat boven de normaalwaarde. In zijn rapportage van 3 april 2007 heeft de bezwaararbeidsdeskundige naar het oordeel van de Raad overtuigend uiteengezet dat een (lichte) overschrijding op de normaalwaarde, waarvoor appellant overigens niet beperkt wordt geacht, is toegestaan. Voorts vermeldt de functie van wikkelaar bij de belasting in 4.17 een M-signalering. Gelet op het corresponderende item in de FML waarbij een beperking is vastgesteld, heeft de arbeidsdeskundige bij rapportage van 3 november 2006, naar het oordeel van de Raad afdoende gemotiveerd waarom deze functie ook op dit item voor appellant geschikt is te achten. Het is de Raad op geen enkele wijze gebleken dat de (bezwaar)arbeidskundige van minder vergaande beperkingen is uitgegaan dan door de verzekeringsarts is vastgesteld.
4.3. Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van M.D.F. Smit-de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2009.
(get.) R.C. Stam.
(get.) M.D.F. Smit-de Moor.
TM