ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, voormalig inpakster, viel uit wegens zwangerschaps- en rugklachten, later aangevuld met psychische klachten. Na een initiële toekenning van een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%, vond een herbeoordeling plaats. De verzekeringsarts stelde op 2 mei 2007 een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op, waarin werd geconcludeerd dat appellante beperkt belastbaar was voor licht, niet stressvol werk.
Op basis van deze FML selecteerde een arbeidsdeskundige passende functies, waarna het UWV de WAO-uitkering per 23 juli 2007 introk wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het bezwaar tegen deze intrekking werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde de arbeidskundige onderbouwing maar vernietigde het besluit wegens motiveringsgebrek, zonder de rechtsgevolgen te wijzigen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische klachten en medicijngebruik, en dat zij niet over het vereiste soldeercertificaat beschikte voor een van de functies. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling en FML voldoende rekening hielden met haar klachten en medicatie, en dat de functie van soldeer technician passend was omdat cursussen na indiensttreding gevolgd kunnen worden.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en liet de intrekking van de WAO-uitkering in stand. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd.