ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8139

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-3753 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, per 20 augustus 2007 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.

De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de functionele beperkingen van appellant correct waren vastgesteld aan de hand van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Appellant bracht geen medische informatie aan die een hogere mate van beperkingen zou rechtvaardigen.

In hoger beroep stelde appellant dat de KNO-arts een te rooskleurig beeld had geschetst van zijn evenwichtsproblemen en dat de longklachten zijn inzetbaarheid negatief beïnvloeden. De Raad overwoog echter dat deze stellingen niet met medische informatie waren onderbouwd en dat de aanwezige medische gegevens geen aanleiding gaven om meer beperkingen aan te nemen.

De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.

Uitspraak

08/3753 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 mei 2008, 07/4472 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 september 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant is hoger beroep ingesteld door mr. H. Martens, advocaat te Rotterdam.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2009. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. M.K. Dekker.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 19 juni 2007 is de aan appellant toegekende WAO-uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, per 20 augustus 2007 ingetrokken vanwege een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
2. Het door appellant tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 31 oktober 2007 ongegrond verklaard.
3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het besluit op bezwaar van 31 oktober 2007 ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank – samengevat – het volgende overwogen.
Het verzekeringsgeneeskundige onderzoek is niet onzorgvuldig geweest en heeft niet geleid tot onjuiste resultaten. De bezwaarverzekeringsarts heeft afdoende gemotiveerd waarom geen uitgebreidere beperkingen in de ‘Functionele Mogelijkheden Lijst’ (FML) zijn opgenomen. Er is voldoende rekening gehouden met de gebleken medisch objectiveerbare afwijkingen van appellant. Appellant heeft geen medische informatie naar voren gebracht die erop wijst dat hij meer of andere beperkingen ondervindt dan die waarvan het Uwv is uitgegaan. Daarom geldt dat de functionele mogelijkheden van appellant correct zijn vastgesteld.
Op basis van de FML is voldoende inzichtelijk gemaakt dat appellant op de datum in geding geschikt was voor de aan de schatting ten grondslag gelegde functies. Het is de rechtbank niet gebleken dat de belasting van die functies de mogelijkheden van appellant overschrijdt. De geduide functies zijn voldoende actueel. De mate van arbeidsongeschiktheid van appellant is dan ook terecht en op goede gronden per 20 augustus 2007 bepaald op minder dan 15%, zodat de uitkering van appellant terecht per die datum is ingetrokken.
4. Appellant heeft in hoger beroep – daarmee in essentie herhalende hetgeen hij in beroep heeft aangevoerd – gesteld dat zijn medische beperkingen zijn onderschat. In het licht hiervan heeft appellant gesteld dat de KNO-arts een te rooskleurig beeld heeft geschetst van de evenwichtsproblemen van appellant. Verder heeft appellant erop gewezen dat de longarts heeft aangegeven dat de longklachten van appellant een duidelijk negatief effect hebben op diens inzetbaarheid op de arbeidsmarkt.
5. De Raad overweegt als volgt.
6. In hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat appellant op de datum in geding medisch meer beperkt was dan is aangenomen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank ter zake volledig en maakt die tot de zijne.
Hierbij merkt de Raad nog op dat appellant zijn stelling dat de KNO-arts een te rooskleurig beeld heeft geschetst van de evenwichtsproblemen van appellant niet met medische informatie heeft onderbouwd. Verder wijst de Raad erop dat de in het dossier aanwezige medische informatie geen aanleiding geeft om te veronderstellen dat vanwege de longklachten van appellant meer medische beperkingen aangenomen moeten worden.
7. Uitgaande van de op 15 maart 2007 opgestelde FML is er geen reden om aan te nemen dat de aan appellant voorgehouden functies zijn belastbaarheid overschrijden en niet aan de schatting ten grondslag hadden mogen worden gelegd.
8. De Raad komt tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2009.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) A.C.A. Wit.
TM