ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, per 20 augustus 2007 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de functionele beperkingen van appellant correct waren vastgesteld aan de hand van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Appellant bracht geen medische informatie aan die een hogere mate van beperkingen zou rechtvaardigen.
In hoger beroep stelde appellant dat de KNO-arts een te rooskleurig beeld had geschetst van zijn evenwichtsproblemen en dat de longklachten zijn inzetbaarheid negatief beïnvloeden. De Raad overwoog echter dat deze stellingen niet met medische informatie waren onderbouwd en dat de aanwezige medische gegevens geen aanleiding gaven om meer beperkingen aan te nemen.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.