ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling medische beperkingen
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 15 tot 25% in plaats van 80% of meer. Zij stelde dat de rechtbank ten onrechte had afgegaan op de bevindingen van de verzekeringsartsen en dat een onafhankelijke medische deskundige had moeten worden benoemd. Tevens voerde zij aan dat haar psychische klachten en andere gezondheidsproblemen onvoldoende waren meegewogen.
De Raad overwoog dat er geen grond was om het verzekeringsgeneeskundige onderzoek onzorgvuldig te achten en dat de rechtbank terecht de bevindingen van de verzekeringsartsen had gevolgd. Er waren geen aanwijzingen dat niet alle klachten van appellante waren betrokken bij de beoordeling. Hoewel niet alle klachten tot medische beperkingen leidden, betekende dit niet dat haar beperkingen waren onderschat.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat de belastbaarheid van appellante passend was vastgesteld aan de hand van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van november 2006. De herziening van de WAO-uitkering was daarmee terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.