ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als rioolbeheerder, viel uit wegens huid- en luchtwegklachten. Het UWV weigerde hem een WIA-uitkering toe te kennen omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende arbeidskundige motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn beperkingen zijn onderschat en dat ten onrechte geen urenbeperking is aangenomen. De Raad overwoog dat de medische grondslag zorgvuldig was en onderschreef het oordeel van de rechtbank. Ook de arbeidskundige grondslag was voldoende gemotiveerd, waarbij functies als productiemedewerker en inpakker als passend werden beschouwd.
De Raad oordeelde verder dat een beperkte schriftelijke beheersing van het Nederlands geen ziektebeperking is en dat het niveau van taalbeheersing voor de functies zeer beperkt is. De klacht over wisseldiensten in een reservefunctie werd niet behandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.