ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8195

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/6583 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • R.C. Schoemaker
  • N.J. van Vulpen-Grootjans
  • B.J. van der Net
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening uitspraak over overgang van onderneming en WAO-uitkering

Verzoekster heeft verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin het beroep ongegrond werd verklaard en werd vastgesteld dat sprake was van een overgang van onderneming.

De Raad heeft overwogen dat het verzoek om herziening niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 8:88 Awb Pro, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.

Verder benadrukt de Raad dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of de juistheid van de eerdere uitspraak ter discussie te stellen.

Daarom wijst de Raad het verzoek om herziening af en bevestigt daarmee de eerdere uitspraak over de overgang van onderneming en de verhaalsmogelijkheden van de WAO-uitkering.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

08/6583 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[Verzoekster], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: verzoekster),
om herziening van de uitspraak van de Raad van 21 februari 2008, 07/4423 WAO.
Datum uitspraak: 10 september 2009
I. PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft om herziening van bovenvermelde uitspraak verzocht, naar welke uitspraak hierbij wordt verwezen.
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft een reactie gegeven op het verzoek om herziening.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 18 juni 2009. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door H.F.A.M. Schellens, werkzaam bij [Verzoekster] Het Uwv is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij de door verzoekster bedoelde onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad is de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 28 juni 2007, 07/178, vernietigd en is het beroep ongegrond verklaard. De Raad heeft daarbij geoordeeld dat tussen partijen reeds in 2001 is komen vast te staan dat sprake is geweest van overgang van onderneming, zodat de overgang van onderneming in het kader van het beroep tegen het besluit van 18 januari 2007 niet opnieuw ter discussie gesteld kan worden.
2. In het onderhavige verzoek om herziening heeft verzoekster uiteengezet waarom zij het niet eens is met de uitspraak van de Raad van 21 februari 2008. In essentie komt het betoog van verzoekster erop neer dat de WAO-uitkering van J. Podt niet op haar verhaald kan worden, omdat geen sprake is geweest van een overgang van onderneming.
3. De Raad overweegt als volgt.
3.1. Ingevolge artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
3.2. De Raad stelt vast dat hetgeen door verzoekster is aangevoerd niet voldoet aan de in artikel 8:88 van Pro de Awb gestelde voorwaarden, hetgeen verzoekster ter zitting overigens ook heeft erkend. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is het bijzondere rechtsmiddel van herziening voorts niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te heropenen.
3.3. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker als voorzitter en N.J. van Vulpen-Grootjans en B.J. van der Net als leden, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 september 2009.
(get.) R.C. Schoemaker.
(get.) W. Altenaar.
EK