ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende financiële informatie
De zaak betreft de intrekking en terugvordering van bijstand aan appellant over de periode van 10 mei 2002 tot en met 31 juli 2005 en de afwijzing van een nieuwe aanvraag van 23 oktober 2006. De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak van 1 juli 2008 waarin de beëindiging van de bijstand per 1 augustus 2005 werd bevestigd.
De Raad stelt vast dat hetzelfde feitencomplex en motivering ten grondslag liggen aan de intrekking en terugvordering als in de eerdere zaak en dat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Appellant is tekortgeschoten in het verstrekken van objectief verifieerbare gegevens over zijn actuele financiële situatie, ondanks dat hij gemachtigd bleef over bankrekeningen en een creditcard van het bedrijf waar hij bij betrokken was.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld door schending van de inlichtingenplicht. De aangevallen uitspraken van de rechtbank worden bevestigd, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.