ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en geschiktheid geduide functies betrokkene
Betrokkene, laatst werkzaam als groepsleidster kinderopvang, kreeg vanaf 1 april 2000 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Bij besluit van 26 oktober 2006 stelde appellant de arbeidsongeschiktheid bij betrokkene vast op 25 tot 35%, met ingang van 27 december 2006, en herzag daarmee de uitkering. Betrokkene maakte bezwaar, dat werd afgewezen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering omtrent de geschiktheid van de aan betrokkene geduide functies, met name op de aspecten zitten en gebogen/getordeerd actief zijn. De rechtbank gaf appellant opdracht een nieuw besluit te nemen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte twijfelde aan de geschiktheid van de functies. Uit de medische en arbeidskundige rapportages blijkt dat betrokkene de functies kan vervullen zonder overschrijding van de belastbaarheid. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.