ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzonder geval
Appellant diende in maart 2006 een aanvraag in voor kinderbijslag voor zijn drie kinderen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde kinderbijslag met terugwerkende kracht van meer dan een jaar toe te kennen, omdat appellant niet tijdig had aangevraagd en geen bijzonder geval had aangetoond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Zij oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat hij door psychische problemen niet eerder een aanvraag kon indienen en dat hij zich ook niet door een derde had laten vertegenwoordigen. Daarnaast was onvoldoende bewijs geleverd dat appellant zijn kinderen in 2005 in belangrijke mate had onderhouden.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond dat appellant geen nieuwe feiten of argumenten had ingebracht die tot een ander oordeel konden leiden. Ook de proceskostenvergoeding werd afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag met terugwerkende kracht wegens ontbreken van een bijzonder geval en onvoldoende bewijs van onderhoud.