ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking bij naheffing premies na looncontrole
Appellant exploiteert een administratiekantoor en kreeg na een looncontrole door de Belastingdienst naheffingen premies opgelegd door het UWV over de jaren 2002 tot en met 2005. Het ging om betalingen aan twee werknemers, waarbij het UWV stelde dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze naheffingen ongegrond.
In hoger beroep heeft appellant dit oordeel bestreden, onder meer met het argument dat er geen intentie was een dienstbetrekking aan te gaan en dat betalingen aan een werknemer een vergoeding voor de overdracht van een onderneming zouden betreffen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat voldaan was aan de drie vereisten voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking: persoonlijke arbeidsverrichting, loonbetaling en gezagsverhouding.
De Raad oordeelde dat de betalingen aan de werknemer als loon moesten worden gezien, dat de werkzaamheden persoonlijk werden verricht en dat appellant als eindverantwoordelijke sturing gaf aan de werkzaamheden, ondanks enige vrijheid in werktijden en werkwijze. Het beroep van appellant werd afgewezen en de naheffingen bleven in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en handhaaft de naheffingen premies.