ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Boete wegens niet tijdig indienen jaarloonopgaven; vergrijp of verzuim
Betrokkene diende de jaarloonopgaven over 2005 niet tijdig in na bedrijfsbeëindiging per 30 september 2005, ondanks meerdere rappelbrieven van het UWV. Het UWV legde een boete op van €2.444 wegens grove schuld. De rechtbank oordeelde dat sprake was van verzuim en stelde de boete vast op €454.
In hoger beroep stelde het UWV dat de rechtbank ten onrechte geen sprake achtte van grove schuld, omdat het niet tijdig indienen van de jaarloonopgaven ook na rappel nog kon leiden tot grove schuld. De Raad overwoog dat de verplichting tot tijdige indiening algemeen bekend is en dat het niet voldoen aan deze verplichting ernstige nalatigheid inhoudt, tenzij een afdoende verklaring wordt gegeven.
Betrokkene leverde geen afdoende verklaring en erkende ontvangst van rappelbrieven niet te hebben betwist. De Raad oordeelde daarom dat sprake is van grove schuld en dat het UWV terecht een vergrijpboete oplegde. Wel stelde de Raad vast dat de boete gemaximeerd moest worden op €2.269 conform het toepassingsbesluit. Het hoger beroep van het UWV werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de boete vastgesteld op €2.269.
Uitkomst: De boete wegens het niet tijdig indienen van de jaarloonopgaven wordt vastgesteld op €2.269 wegens grove schuld.