ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsintrekking en nieuwe aanvraag wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds januari 2004 bijstand, aanvankelijk als alleenstaande en later als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een vermoeden dat zij met een partner een gezamenlijke huishouding voerde, heeft de gemeente onderzoek gedaan, waaronder huisbezoeken en verklaringen. Op basis hiervan heeft het College de bijstand met terugwerkende kracht ingetrokken en de kosten teruggevorderd.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de termijn. Tevens werd een nieuwe aanvraag om bijstand afgewezen omdat ook toen sprake was van een gezamenlijke huishouding met een andere persoon. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de intrekking niet-ontvankelijk en oordeelde dat de nieuwe aanvraag terecht was afgewezen.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, de terugvordering gegrond is en dat de afwijzing van de nieuwe aanvraag terecht is vanwege voldoende onderbouwde wederzijdse zorg binnen de gezamenlijke huishouding. De Raad ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.