ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging UWV-besluit over verrekening inkomsten met WAZ-uitkering 2001
Appellant, een zelfstandig centrale verwarmingsinstallateur, ontving vanaf 7 mei 2001 een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV paste deze uitkering aan naar 25-35% arbeidsongeschiktheid vanwege inkomsten uit arbeid in 2001, gebaseerd op fiscale winstgegevens. Appellant stelde dat hij in 2001 geen werkzaamheden had verricht omdat zijn onderhoudscontract per 1 januari 2001 was beëindigd en dat de inkomsten uit 2001 eigenlijk betalingen waren voor werk in 2000, uitgevoerd door derden.
De Raad overwoog dat bij het vaststellen van het inkomen van een zelfstandige in beginsel de fiscale keuzes doorslaggevend zijn, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. De Raad vond geen bijzondere omstandigheden die afwijken van deze hoofdregel rechtvaardigen. De beëindiging van het contract en de factuurbedragen stroken niet met het betoog van appellant. Ook de belastingaangifte met zelfstandigenaftrek wijst erop dat appellant zijn werkzaamheden in 2001 niet had gestaakt.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.