ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid
Appellant, sinds 1985 arbeidsongeschikt wegens psychische en lichamelijke klachten, kreeg in 2006 een herbeoordeling door een verzekeringsarts en psychiater, leidend tot een verlaging van zijn WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, met name omdat geen informatie was ingewonnen bij zijn behandelend psychiater, en dat hij psychisch niet in staat was te functioneren in de voorgestelde functies.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts twijfels had en daarom een psychiater inschakelde. Het rapport van psychiater Van Ittersum concludeerde geen psychiatrische ziekte, slechts een depressie in remissie en lichamelijke klachten zonder lichamelijk substraat. Een aanvullend rapport van psychiater Artist erkende psychische problematiek maar vond onvoldoende aanleiding om de eerdere conclusies te verwerpen.
De Raad vond de functies schoonmaker hotel, huishoudelijk medewerker en schoonmaker gebouwen passend, ondanks bezwaren over fysieke belasting. Een kennelijke verschrijving in het arbeidsongeschiktheidspercentage werd gecorrigeerd zonder gevolgen voor de arbeidsongeschiktheidsklasse. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak definitief.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid.