ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verder ziekengeld wegens geschiktheid voor schoonmaakwerk
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en meldde zich ziek met voet- en knieklachten. Het UWV besloot haar geen ziekengeld meer toe te kennen omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor haar werk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar knieblessure haar belemmerde om haar werk uit te voeren en dat een deskundige benoemd had moeten worden. De Raad overwoog dat het bestreden besluit gebaseerd was op een zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek, inclusief medische gegevens zoals MRI-scans en adviezen van specialisten. De bezwaarverzekeringsarts achtte de beperkingen niet zodanig dat zij niet geschikt was voor licht werk als schoonmaakster.
De door appellante overgelegde huisartsinformatie bracht geen nieuwe medische gezichtspunten die aanleiding gaven tot twijfel. De Raad concludeerde dat de uitspraak van de rechtbank bevestigd kon worden en dat geen reden bestond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 16 september 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld omdat zij geschikt is voor haar werk als schoonmaakster.