ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een Wajong-uitkering, maar het UWV weigerde deze toe te kennen omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen en benoemde een onafhankelijke psychiater/psychotherapeut die concludeerde dat appellante 38 uur per week kon werken. De rechtbank vond de belastbaarheid niet overschat.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet in staat was arbeid te verrichten, onderbouwd met rapporten van haar psychotherapeut. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en vond geen aanwijzingen dat de medische beperkingen onjuist waren vastgesteld. De arbeidsdeskundige had functies geselecteerd die passend waren, waaronder productiemedewerker en huishoudelijk medewerker.
De Raad oordeelde dat appellante wel in een ruimte met anderen kan verkeren zonder direct contact, waardoor de functies geschikt zijn. Er waren geen aanwijzingen dat er onvoldoende geschikte functies waren om de schatting op te baseren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.