ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft zich in september 2005 arbeidsongeschikt gemeld als timmerman. Het UWV heeft bij besluit van juli 2007 geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. Het bezwaar van appellant is door het UWV ongegrond verklaard en de rechtbank Rotterdam heeft dit besluit bevestigd op basis van een deugdelijke medische grondslag.
Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV de ernst van zijn beperkingen heeft miskend, mede vanwege recente operaties en aanhoudende klachten. Hij bracht een rapportage van Aob Compaz in, opgesteld in het kader van de WWB. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft echter het oordeel van de rechtbank en het UWV, waarbij de bezwaarverzekeringsarts heeft toegelicht dat de medische verklaringen geen zwaardere beperkingen aantonen dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Raad acht ook de arbeidskundige beoordeling van het UWV voldoende onderbouwd. De geselecteerde functies en de berekende verdiencapaciteit van 34,5% zijn in overeenstemming met de vastgestelde belastbaarheid, zodat appellant deze functies geacht wordt te kunnen verrichten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.