ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening inzake WAO-uitkering
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak waarin zijn aanvraag voor een WAO-uitkering werd afgewezen. Het verzoek richt zich uitsluitend tegen de weigering om hem in aanmerking te brengen voor een WAO-uitkering.
De Raad overweegt dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening slechts openstaat indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die bij de eerdere uitspraak niet bekend waren en die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden. Verzoeker heeft medische stukken overgelegd, maar deze bevatten geen nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet.
De Raad bevestigt daarmee het eerdere oordeel dat het UWV bevoegd was de aanvraag af te wijzen en dat de rechtbank Amsterdam dit terecht heeft geoordeeld. Verzoeker is niet verschenen bij de zitting en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het verzoek om herziening wordt dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitkeringsweigering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.