Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8634

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-4285 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 4:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening inzake WAO-uitkering

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak waarin zijn aanvraag voor een WAO-uitkering werd afgewezen. Het verzoek richt zich uitsluitend tegen de weigering om hem in aanmerking te brengen voor een WAO-uitkering.

De Raad overweegt dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening slechts openstaat indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die bij de eerdere uitspraak niet bekend waren en die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden. Verzoeker heeft medische stukken overgelegd, maar deze bevatten geen nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet.

De Raad bevestigt daarmee het eerdere oordeel dat het UWV bevoegd was de aanvraag af te wijzen en dat de rechtbank Amsterdam dit terecht heeft geoordeeld. Verzoeker is niet verschenen bij de zitting en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het verzoek om herziening wordt dan ook afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitkeringsweigering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

08/4285 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van::
[Verzoeker] wonende te Marokko (hierna: verzoeker),
tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 juni 2008, 07/1820,
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 24 september 2009
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 18 juni 2008, 07/1820.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Verzoeker heeft nadere stukken ingestuurd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2009. Verzoeker is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.J.M.A. Clerx.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
1.2. Bij de uitspraak waarvan thans om herziening wordt gevraagd, heeft de Raad de uitspraak van 22 februari 2007, 05/4466, van de rechtbank Amsterdam bevestigd.
De Raad heeft daarbij overwogen dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het Uwv bevoegd was de aanvraag van verzoeker om een uitkering in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met toepassing van artikel 4:6 van Pro de Awb af te wijzen.
2. Het verzoek om herziening is uitsluitend gericht tegen de weigering om verzoeker in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de WAO. Verzoeker heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat hij invalide is en medische behandelingen ondergaat.
3.1. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003 (LJN AN7982), is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Uit de door verzoeker in geding gebrachte medische stukken is de Raad niet gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb, naar voren heeft gebracht.
3.2. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek om herziening dan ook te worden afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 september 2009.
(get.) H.J. de Mooij.
(get.) W. Altenaar.
RB
II. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);
statue:
Rejète la demande de révision.
Par conséquent, décidée par H.J. de Mooij comme membre, en présence de W. Altenaar en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 24 septembre 2009.