ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij overlijdensuitkering AOW
Appellant had een overlijdensuitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd na het overlijden van zijn moeder, maar deze werd aanvankelijk afgewezen door de Sociale verzekeringsbank (Svb). Na bezwaar en overlegging van jaarstukken over 2006 concludeerde de Svb dat het inkomen van appellant nihil was en keerde alsnog een overlijdensuitkering van € 1.001,36 uit.
Hierdoor bestond er geen geschil meer tussen partijen over de kern van de zaak, waardoor appellant geen procesbelang meer had bij een verdere beoordeling door de Raad. De Centrale Raad van Beroep verklaarde daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Daarnaast werd het verzoek van appellant tot vergoeding van proceskosten afgewezen, behalve het griffierecht. De Raad oordeelde dat de Svb het griffierecht moest vergoeden omdat het bestreden besluit was gebaseerd op een onjuiste inkomensschatting die later werd gecorrigeerd.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 september 2009, waarbij appellant niet aanwezig was en de Svb werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; de Sociale verzekeringsbank moet het griffierecht vergoeden.