ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante, die sinds 1995 arbeidsongeschikt is wegens zwangerschaps- en depressieve klachten, kreeg een WAO-uitkering toegekend. Na een herbeoordeling in 2006 concludeerde het UWV dat haar beperkingen waren verminderd, wat leidde tot intrekking van de uitkering per 30 maart 2007. Appellante maakte bezwaar en overhandigde een rapport van PsyQ, waarop een bezwaarverzekeringsarts reageerde zonder de beperkingen te wijzigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat de geduide functies niet passend waren. De Raad onderschreef de eerdere oordelen en vond dat de medische gegevens en de arbeidskundige beoordeling voldoende waren gemotiveerd.
De Raad stelde vast dat na het vervallen van een functie voldoende andere geschikte functies, zoals huishoudelijk medewerker, beschikbaar zijn, waardoor de mate van arbeidsongeschiktheid niet verandert. De enkele stelling van appellante dat haar gezondheid niet is verbeterd, bood onvoldoende grond om het oordeel te herzien. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.