ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende nieuwe medische gegevens
Appellante, werkzaam als parttime schoonmaakster, meldde zich in 2001 ziek vanwege psychische en gewrichtsklachten. Na een wettelijke wachttijd werd haar in 2002 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%.
In 2007 vond een herbeoordeling plaats waarbij een verzekeringsarts concludeerde dat de psychische belastbaarheid beperkt was, maar de arbeidsdeskundige stelde het verlies aan verdiencapaciteit op nihil vast. Op basis hiervan trok het UWV de WAO-uitkering per 24 mei 2007 in. Tijdens de bezwaarprocedure werd dit oordeel bevestigd door een bezwaarverzekeringsarts en een bezwaararbeidsdeskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat een rapportage van haar psycholoog Van Rijn uit 2008 nieuwe relevante informatie bevatte. De Raad overwoog echter dat deze rapportage geen nieuwe medische gegevens bevatte die van belang zijn voor de vastgestelde belastbaarheid ten tijde van het besluit en dat de gezondheidstoestand van appellante zelfs was verbeterd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen aan een van de partijen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende nieuwe medische gegevens.