ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening nihilstelling en terugvordering BWOO-uitkering
Appellant ontving een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid Onderwijs- en Onderzoekpersoneel (BWOO). Na een onderzoek in 2002 bleek dat appellant sinds 1991 werkzaam was in zijn eigen fruitteeltbedrijf. Omdat appellant niet reageerde op verzoeken om nadere informatie, stelde het bestuursorgaan bij besluiten van 30 september 2004 en 25 november 2004 de uitkering over de periode 1999-2002 op nihil en vorderde het teveel betaalde bedrag van € 88.060,05 terug. Deze besluiten werden onherroepelijk.
Appellant verzocht bij brief van 9 oktober 2006 om herziening van deze besluiten, maar de minister wees dit verzoek af wegens het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zoals vereist in artikel 4:6 van Pro de Awb. Ook het bezwaar werd op 8 mei 2007 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad overweegt dat het argument van appellant dat hij niet wist dat hij de gewerkte uren moest opgeven, geen nieuw feit of veranderde omstandigheid is, maar een argument dat eerder ingebracht had kunnen worden. De minister heeft derhalve terecht het verzoek afgewezen zonder nader onderzoek. Er is geen sprake van strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.