ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering en beoordeling arbeidsongeschiktheid productiemedewerkster
Betrokkene, werkzaam als productiemedewerkster, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering in per 28 januari 2007 omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Betrokkene maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, waarbij de rechtbank het besluit vernietigde en het UWV opdracht gaf een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep stelde betrokkene dat zij volledig arbeidsongeschikt was en verwees naar een psychologisch rapport en vermoeidheidsklachten die een urenbeperking rechtvaardigen. Het UWV stelde dat veiligheidsschoenen met rubberzolen aanwezig zijn, waardoor de functie van productiemedewerker geschikt blijft. De Raad concludeerde dat betrokkene geen nieuwe objectieve medische gegevens had ingebracht en gaf meer gewicht aan het oordeel van de behandelend arts dan aan het psychologisch rapport.
De Raad oordeelde dat het standpunt van het UWV dat er geen urenbeperking nodig is, voldoende is onderbouwd en wees het hoger beroep van betrokkene af. Het hoger beroep van het UWV slaagde omdat de functie van productiemedewerker voedingsmiddelen passend is met het aanwezige schoeisel. Het bestreden besluit werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan betrokkene.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.