Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8690

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-3339 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K. Zeilemaker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:88 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak inzake rechtspositionele besluiten

Verzoeker, voormalig directeur van een streekmuziekschool, verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep die rechtspositionele besluiten van het college bevestigde.

Het verzoek betrof onder meer uitbetaling van salaris en vakantiegeld vanaf het ontslag in 1990 en correctie van onjuistheden in stukken van de gemeente en het proces-verbaal van de rechtbank. De Raad benadrukte dat herziening alleen mogelijk is op basis van nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.

De aangevoerde argumenten bevatten geen nieuwe feiten of omstandigheden. Het verzoek om herziening werd daarom afgewezen. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door K. Zeilemaker op 10 september 2009.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

08/3339 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
Met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[verzoeker] (hierna: verzoeker),
om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 april 2008, 07/1844 AW,
in het geding tussen:
verzoeker
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Skarsterlân (hierna: college)
Datum uitspraak: 10 september 2009
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 17 april 2008.
Het college heeft laten weten geen aanleiding te zien tot het maken van opmerkingen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juli 2009. Verzoeker is verschenen. Het college heeft zich met kennisgeving niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Verzoeker heeft op 7 februari 2006 het college opnieuw gevraagd om uitbetaling van zijn salaris en vakantiegeld vanaf 1 januari 1990, de datum waarop hij is ontslagen als directeur van een streekmuziekschool. Op 6 juni 2006 heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen de weigering van het college een beslissing te nemen op zijn verzoek. Bij besluit op bezwaar van 16 augustus 2006 heeft het college verzoeker in dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat verzoeker onredelijk laat bezwaar heeft gemaakt. De rechtbank Leeuwarden heeft bij uitspraak van 6 februari 2007, voor zover hier van belang, het beroep van verzoeker tegen het besluit van 16 augustus 2006 ongegrond verklaard. De Raad heeft bij uitspraak van 17 april 2008 de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
1.2. Verzoeker heeft op 21 mei 2008 een verzoek om herziening van de uitspraak van 17 april 2008 ingediend. Uit hetgeen verzoeker ter onderbouwing van zijn verzoek aanvoert begrijpt de Raad dat verzoeker het nog steeds niet eens is met rechtspositionele besluiten die het college in het verleden, jegens hem als directeur van de muziekschool, heeft genomen en die door de Raad in diverse uitspraken in stand zijn gelaten. Verzoeker vraagt de Raad die besluiten, dan wel die uitspraken, ongedaan te maken. Ter zitting is gebleken dat verzoeker ook correctie nastreeft van diverse onjuistheden in de stukken van de gemeente en van het proces-verbaal van de rechtbank.
2. Ingevolge artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepe-lijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
3.1. De Raad stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak van de Raad het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen. Een verzoek om herziening als hier aan de orde kan ook slechts betrekking hebben op een uitspraak van de Raad, zodat het verzoek om bepaalde besluiten van het college te herzien in dit kader buiten beschouwing dient te blijven.
3.2. Naar het oordeel van de Raad behelzen de door verzoeker aangevoerde argumenten geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld. Derhalve wordt niet voldaan aan de in artikel 8:88 van Pro de Awb neergelegde vereisten, zodat het verzoek om herziening dient te worden afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 september 2009.
(get.) K. Zeilemaker.
(get.) P.W.J. Hospel.
HD