ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende motivering passendheid functies
Appellant had een WIA-uitkering aangevraagd die door het UWV werd geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld.
In hoger beroep betoogde appellant dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat hij volledig arbeidsongeschikt was vanwege rugklachten en depressiviteit. De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de verzekeringsarts terecht geen informatie bij de psychiater had ingewonnen en dat appellant geen nieuwe medische stukken had overgelegd die het oordeel konden betwijfelen.
De Raad oordeelde dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid was gebaseerd medisch geschikt waren en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 35% was gesteld. Wel werd geoordeeld dat het besluit in strijd was met het motiveringsbeginsel van artikel 7:12 Awb Pro omdat pas in hoger beroep een voldoende motivering van de passendheid van de functies was gegeven.
Daarom vernietigde de Raad het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens werden de proceskosten van appellant toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WIA-uitkering wordt vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.