ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als assistente onderwijsondersteuning, viel uit wegens rug- en psychische klachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% werd vastgesteld. Dit oordeel was gebaseerd op een medisch onderzoek en een functionele mogelijkhedenlijst (FML) waarin haar beperkingen waren vastgelegd.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij meer beperkingen ondervond dan vastgesteld en dat oudere medische gegevens onvoldoende waren meegewogen. Na een aanvullend onderzoek en rapportage door bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bleef het UWV bij haar standpunt en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven, maar de Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de FML niet werden overschreden. De oudere medische gegevens uit 2001/2002 waren niet doorslaggevend omdat ze dateren van vóór de relevante periode en geen evidente psychopathologie werd vastgesteld. De geselecteerde functies bleken medisch geschikt voor appellante. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en veroordeelde geen partij tot proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.