ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking WAO-uitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering per 6 januari 1997. Eerder was bij besluit op bezwaar van 5 oktober 2000 de uitkering toegekend over de periode van 7 september 1991 tot 6 januari 1997 en beëindigd per 6 januari 1997. Appellant stelde beroep en hoger beroep in tegen dit besluit.
Tijdens de procedure heeft het UWV bij brief van 10 juni 2003 opnieuw de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. De rechtbank oordeelde dat deze brief een zuivere herhaling was van het eerdere besluit en daarom niet als een nieuw besluit kon worden aangemerkt. Het bezwaar tegen deze brief werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij dit oordeel. De beëindiging van de uitkering is eerder uitvoerig behandeld in eerdere procedures, en de uitspraak van 10 juni 2004 heeft eventuele onduidelijkheden weggenomen. Het hoger beroep van appellant faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.