ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant ontving sinds 1999 een WAO-uitkering vanwege psychische klachten. In 2004 werd deze uitkering ingetrokken, maar na bezwaar werd de uitkering weer toegekend. In 2007 besloot het UWV opnieuw de uitkering in te trekken, gebaseerd op een verzekeringsarts die concludeerde dat appellant wel beperkingen heeft, maar nog in staat is tot arbeid.
Appellant voerde bezwaar aan met een rapport van psychiater Marhold die stelde dat zijn gezondheid niet was verbeterd. De bezwaarverzekeringsarts weerlegde dit, stellende dat Marhold onvoldoende onderbouwing gaf en dat het functioneren van appellant verbeterd was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag was gebaseerd. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak, wijzend op het ontbreken van voldoende motivatie van Marhold en het ontbreken van nadere verklaringen in hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.