ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8960
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens geschiktheid voor lichte administratieve werkzaamheden
Appellante verzocht om een WIA-uitkering, die door het UWV werd geweigerd op grond van een verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige beoordeling dat zij geschikt was voor haar laatst verrichte werk als administratief medewerkster van 40 uur per week.
De rechtbank bevestigde deze beslissing, waarna appellante in hoger beroep stelde dat haar pijn- en vermoeidheidsklachten onvoldoende serieus waren genomen en dat haar belastbaarheid was overschat. Zij voerde aan dat haar werk ook huishoudelijke taken omvatte en dat haar klachten inmiddels waren geobjectiveerd met de diagnose fibromyalgie.
De Raad overwoog dat verzekeringsartsen een diepgaand onderzoek hadden verricht en op de hoogte waren van haar klachten. De aangenomen beperkingen waren adequaat en de diagnose fibromyalgie leidde niet tot een andere beoordeling van belastbaarheid. De medische gegevens in hoger beroep boden geen nieuwe inzichten. Ook werd het verzoek tot inschakeling van een onafhankelijk deskundige afgewezen.
Verder stelde de Raad vast dat appellante’s eigen verklaring over haar werkzaamheden juist was en dat zij geschikt was voor lichte administratieve taken. De weigering van de WIA-uitkering werd daarom bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante geschikt is voor lichte administratieve werkzaamheden.