ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van der Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant ontving sinds 1991 een WAO-uitkering vanwege rug- en psychische klachten, met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55% sinds 2003. Na melding van vermeende toename van arbeidsongeschiktheid in 2005, stelde het UWV op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten vast dat er geen sprake was van verslechtering.
Appellant maakte bezwaar en bracht medische rapporten in, waaronder een rapport van psychiater Nabarro uit 2001 en een verklaring van zijn huisarts uit 2008. Hij stelde dat aan de deskundige Koerselman een onjuiste vraagstelling was voorgelegd en dat zijn lichamelijke beperkingen onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad vond de medische en arbeidskundige onderbouwing, waaronder het rapport van Koerselman, betrouwbaar en voldoende gemotiveerd. De Raad oordeelde dat er geen aanwijzingen waren voor een verslechtering van de gezondheidstoestand en bevestigde dat de functies passend waren bij het opleidingsniveau van appellant.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de aangevallen uitspraak, zonder proceskostenveroordeling uit te spreken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.