ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, die een werkloosheidsuitkering ontving, meldde zich op 31 januari 2007 ziek bij het Uwv. Naar aanleiding hiervan werd haar ziekengeld toegekend. Op 30 juli 2007 besloot het Uwv dat zij vanaf 6 augustus 2007 geen recht meer had op ziekengeld omdat zij niet langer arbeidsongeschikt werd geacht.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het Uwv verklaarde dit bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij zij zwaar tilde aan de rapporten van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts. Deze artsen hadden een zorgvuldig onderzoek uitgevoerd en hielden rekening met medische informatie van de behandelend sector.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De artsen concludeerden dat appellante ondanks lichamelijke beperkingen zoals overgewicht en enkeloedeem in staat was zittend werk te verrichten. Appellante bracht geen tegenstrijdige medische gegevens in. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 6 augustus 2007.