ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor WAO-functies na myocardinfarct en diabetes
Appellant, voormalig productiemedewerker, kreeg na een myocardinfarct in 2003 een gedeeltelijke WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. In 2007 meldde hij zich ziek vanwege toegenomen klachten na de diagnose suikerziekte. Het UWV besloot echter dat appellant geen toegenomen beperkingen had en geschikt was voor zijn werk, waarna het ziekengeld werd stopgezet.
Appellant maakte bezwaar, maar de bezwaarverzekeringsarts bevestigde de eerdere beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen medische onderbouwing had geleverd voor een toename van beperkingen. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt over toegenomen hart- en psychische klachten gecombineerd met diabetes.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er onvoldoende medische aanwijzingen waren om aan te nemen dat appellant niet geschikt was voor de WAO-functies. De Raad hechtte waarde aan het feit dat appellant zelf aangaf dat zijn klachten niet waren toegenomen en dat de diabetes onder controle was zonder ernstige complicaties. Zonder medisch attest ter ondersteuning werd het besluit van het UWV bevestigd en de weigering van ziekengeld gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geschikt is voor WAO-functies en weigert het ziekengeld vanaf 13 juni 2007.